Zelf Diagnostisch Beeldscherm

Zelf diagnostische licht codes

Voor bedieningspanelen versie 1.6 en daarboven,
voor bedieningspanelen voorafgaande aan versien 1.6 klik hier

Licht Reeks Status Actie
* * * Besturingsapparaat is uitgeschakeld De batterijen zijn niet goed aangesloten of ze zijn leeg.
[ Instructies voor het plaatsen van nieuwe batterijen ]
* * * NORMALE WERKING Batterijen zijn volledig opgeladen, lift is in de juiste positie, alle stroom is aangesloten, klaar voor gebruik.
* * * Kan niet opladen Als de lift halverwege is, stuur het dan naar één van de uiteinden van de rail naar de oplaadpunten. Als de lift deze code blijft houden: Controleer of de transformer is aangesloten. Controleer de oplaadpunten aan het einde van de rail. Controleer of de oplaadpennen op het onderstel niet zijn blijven steken.
* * * SR Snelheidsregulator is geactiveerd. Gebruik het handwindwiel (grijs champignon vormig object ongeveer 13 cm in doorsnee, normaliter achtergelaten onder de rail op een traptrede). Verwijder het witte klepje, die zich bevindt op het onderstel naast de rode stekker (met een bot mes of een schroevendraaier). Plaats het handwindwiel in het gat en wind de lift omhoog (draai het wiel kloksgewijs - draai het NIET tegen de klok in) maximum tien rondes tot het rode LED lampje uitgaat en het groene tevoorschijn komt. Haal het handwindwiel uit het gat en zend de lift naar de bovenkant van de rail en zend het daarna naar de onderkant van de rail om te controleren of alles ok is.
* * * Stoel is gedraaid De stoel is niet in de juiste positie of de microschakelaar is geblokkeerd of moet aangepast. worden. Controleer of de stoel in de juiste positie is vergrendelt (de achterkant van de stoel moet zich tegen de muur bevinden wanneer de lift omhoog/omlaag gezonden wordt).
Stoel in reispositie
Zit op de stoel, druk de hefboom voor het draaien van de stoel naar beneden, en draai de stoel een paar graden, draai het daarna weer terug in de juiste reispositie.
Stoel is niet in reispositie
Druk de hefboom voor het draaien van de stoel naar beneden en draai de stoel zodat het zich in de reispositie bevindt (zoals hierboven beschreven).
* * * Sleutelschakelaar Controleer of de lift is ingeschakeld door middel van de sleutelschakelaar aan de onderkant van de armsteun. Probeer de sleutel uit het slot te halen. Als dit niet lukt, betekent het dat de lift is ingeschakeld. Als de sleutel er wel uit kan worden gehaald, plaats het dan terug en draai het kloksgewijs. Indien het rode LED lampje niet uitgaat, moet er een technicus bij komen kijken.
* * * Eindlimiet bereikt
Lift aan de bovenkant
Gebruik het handwindwiel (grijs champignon vormig object ongeveer 13 cm in doorsnee, normaliter achtergelaten onder de rail op een traptrede). Verwijder het witte klepje, die zich bevindt op het onderstel naast de rode stekker (met een bot mes of een schroevendraaier). Plaats het handwindwiel in het gat en wind de lift omlaag (draai tegen de klok in). Haal het handwindwiel uit het gat en zend de lift naar de onderkant van de rail en zend het daarna naar de bovenkant om te controleren of alles ok is
Lift aan de onderkant
Gebruik het handwindwiel (grijs champignon vormig object ongeveer 13 cm in doorsnee, normaliter achtergelaten onder de rail op een traptrede). Verwijder het witte klepje, die zich bevindt op het onderstel naast de rode stekker (met een bot mes of een schroevendraaier). Plaats het handwindwiel in het gat en wind de lift omhoog (draai het wiel kloksgewijs - draai het NIET tegen de klok in) maximum tien rondes tot het rode LED lampje uitgaat en het groene tevoorschijn komt. Haal het handwindwiel uit het gat en zend de lift naar de bovenkant van de rail en zend het daarna naar de onderkant van de rail om te controleren of alles ok is.
Lift in het midden van de rail
Controleer de limiet schakelaars. De schakelaars bevinden zich aan de onderkant van het onderstel en zijn gemaakt van koper met een klein wielletje erop. Alle limiet schakelaars moeten op dezelfde hoogte zijn (volledig uitgestrekt) wanneer ze zich niet op de limietdrempels bevinden. Als één van de schakelaars omhoog staat, druk deze dan naar beneden met behulp van een schroevendraaier, zodat het op dezelfde hoogte is als de andere schakelaars.
* * * Veiligheidspaneel-omlaag Dit zijn veiligheidskenmerken die de lift stoppen wanneer ze in aanraking komen met een obstakel. Er bevinden zich drie op de voetensteun en twee op het onderstel. De locatie van de lift bepaalt welke veiligheidsranden geactiveerd zijn. Controleer of er obstakels zijn, zo niet, controleer dan of de veiligheidsranden zich vrij kunnen bewegen.
Lift aan de bovenkant
Om de veiligheidsranden voor omlaag te testen, druk met de hand op de veiligheidsranden op de voetensteun die het verst van de trapneus verwijdert zijn, vouw daarna de voetensteun op en druk op het midden van de onderkant. Zend daarna de lift naar boven en stop het door met de hand op het bovenste veiligheidspaneel te drukken. Alle veiligheidsranden zijn verend en kunnen zich vrij bewegen.
Lift aan de onderkant
Om de veiligheidsranden voor omhoog te testen, druk met de hand op de veiligheidsranden op de voetensteun. Zend daarna de lift omlaag en stop het door met de hand op het onderste veiligheidspaneel te drukken. Alle veiligheidsranden zijn verend en kunnen zich vrij bewegen.
Lift in het midden
Controleer alle veiligheidsranden
* * * Foot-Switch - up side
* * * Safety Cover Switch - up side
* * * Safety Cover Switch - down side
* * * Batterij Defect
Batterijen leeg
De lift is gebruikt totdat de batterijen leeg waren. De lift zal proberen het oplaadpunt te bereiken op gehalveerde snelheid en daarna 40 minuten op te laden, voordat het in beweging kan worden gebracht.
Te sterk opgeladen
De volts van de batterijen zijn meer dan 31 volts, dus de oplader is beschadigd. Vraag de klant de lift aan/uit te schakelen. Als dit niet werkt, moet er een technicus aan te pas komen.
* * * Rem Defect Rem is niet uitgeschakeld. Probeer de joystick. Als dit niet werkt, is er een defect aan het besturingspaneel. Er moet een technicus aan te pas komen.
* * * Motor Defect Of: 25A zekering is doorgebrand; de motor is onjuist aangesloten; de motor is beschadigd of de stroom sectie op het bedieningspaneel is beschadigd.Er moet een technicus aan te pas komen